Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

13

treed nader met een' brief.) Wat brengt gy voor nieuws?

Bode.

Fulvia, uwe Gemaalin is overleden.

Antonius. Waar is zy geftorven ?

Bodï.

Te Sicyon. Hoelang zy ziek geweest Is, ên wat meer van eenig belang voor u kan zyn, Mynheer , is in deezen brief begrepen. (Hy geeft den brief aan Antonius.)

Antonius.

"Verlaat my. (De Bode vertrekt.)

Daar is eene edele ziel verfcheiden.' Dit heb ik dan begeerd! Het geen onze verachting eerst van ons verwyderd, dat wenfchen wy naderhand dikwyls weder het onze te zyn; het tegenwoordig geluk door omwenteling daalende word eindelyk het tegengeftelde van zichzelf; het is goed, als het voorby is; dezelfde hand , die het wegftiet, kon het teruggetrokken hebben. Ik moet deeze betoverende Koningin verlaaten. Want myn afzyn baart nog duizend andere rampen behalven degeenen,, die ik reeds weet. Wat nu gedaan, Ahenobarbus?

Ahewobarbus. (Nader treedende.) Wat is uw begeeren, Mynheer ?

Antonius. Ik moet ten eerfte van hier vertrekken.

Ahenobaebus. Op zo eene wyze zyn wy allen moordenaars van onze vrouwen; wy zien hoe doodelyk eenige hardheid voor haar is; wanneer zy ons vertrek moeten toeftaan, dan is fterven haar eerfte woord. Antonius. Ik moest gegaan zyn.

Ahenobarbus. Wanneer de gelegenheid bet veretfcht Iaat dan

de

Sluiten