Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

de vrouwen fterven. Het zou jaminer zyn haar te verwerpen om eene beuzeling ; maar in vergelyking met eene zaak van gewigt gefteld zyn de moet men haar voor niets achten. Wanneer Cleopatra Hechts het minfte leed gefchied, dan fterft zy op het oegenblik; ik heb haar wel twintigmaal zien fterven om zaaken van veel minder gewigt. Ik geloof voorzeker, dat'er een zeker vuur in de dood gelegen is, dat een werk van barmhartigheid aan haar verricht, zo gemakkelyk en fchielyk kan zy fterven. Antonius.

Haare listigheid gaat alle begrip te boven. Ahenobarbus.

Voorzeker neen , Mynheer; haare driften be. ftaan uit niets anders dan uit het fynfte deel der liefde. Wy kunnen haare traanen en zuchten geehe wateren en winden noemen , zy zyn grooter watervloeden en ftormwinden, dan ooit een wtêrWyzer kan aanduiden. Die kan geene listigheid in chaar zyn; indien dit zo is, dan verwekt zy regen, buijen zo wel als Jupiter.

Antonius.

Ik wenfehte wel, dat ik haar nimmer gezien *md.

Ahenobarbus. ■o Mynheer, dan zoud gy een wonderbaar werk.. Ruk onbezien gelaten hebben , en dit zou uwe ïeis in minach:ing gebragt hebben.

An'ton i us. Fulvia is dood!

Ahenobarbus. Hoe, MynheerI

Antonius.

Fulvia is dood!

Ahenobarbus. Wie, Fulvia ?

Antonius.

Zy is dood.

Ahe-

Sluiten