Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

Charmian. Kwel hem dus maar niet te veel. Maar daar komt Antonius. ,

Cleopatra. Ik ben ziek en zwak,

Antoni üs. Ik fchroom haar myn voorneemen te kennén te geeven.

Cleopatra. Help my van hier, myne waarde Charmian, ik zal bezwyken. Het kan zo niet lang meer duuren, de krachten der natuur kunnen dit/niet uitllaan. (Zy veinst in zwym te vallen.)

Antonius. Ach, mynewaardfte Koningin'. ——

Cleopatra. Ik bid u, gaa een weinig verder van my af.

Antonius. Wat deert u toch?

Cleop atr a. Ik kan uit uwe oogen leezen , dat gy eenïg gosd -nieuws gehoord hebt. Wat zegt de echte vrouw ? — Gy moet vertrekken; ik wenfchte wel, dat zy u nooit verlof gegeven had om hier te komen! Laat zy niet zeggen, dat ik het ben, die u hier houd; ik heb geene magt over u. Gy zyt de haare. Antonius. De Goden weeten, dat....

Cleopatra. o Nooit, nooit is eene Koningin zo zeer bedrogen geweest als ik ; fchoon ik reeds van den beginne af aan het verraad heb zien fmeeden.

Antonius. _ Ach, Cleopatra!

Cleopatrx, Hoe zou ik kunnen gelooven, dat gy de myne, «n zulks oprechtelyk kunt zyn . offchoon gy door B uw»

Sluiten