Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

33

Cje sak.

Welkom in Komen.

Antonius.

Ik dank u.

C je sar.

Zet u neder.

Antonius. Zet u eerst, Mynheer.

C je sar.

Als dat zo gaat

Antonius. Ik zie, dat gy dingen kwaalyk neemt, die niei zo zyn, of die, al zozynde, u niet aangaan. Cjes ar.

Ik verdiende uitgelachen te worden , wanneer ik, of om niets, of om eene beuzeling my beleé« digd zou rekenen, en wel voornaamelyk door u ; maar nog meer zou ik zulks verdienen, zo ik ooit uw' naam met eenige minachting noemde, wanneer ik geene rede had om uwen naam tQ noemen.

Antonius. Maar, Csefar, wat ging u myn verblyf in Egypj ten aan?

C/esa r.

, Niet meer, dan myn verblyf hiér in Romen u in Égypten aanging; maar echter, wanneer gy io Egypten my laagen legt, dan kan u verblyf aldaar my zekerlyk betreffen.

Antonius. Wat verftaat gy door laagen leggen ?

C je s ar.

Gy kunt ligtelyk te vreden gefield Worden iri het ontdekken van myne meening door hetgeen hier gebeurd is; Uwe echtgenoote en uw broeder hebben my heftreden; en gy waart het voorwendfel van dien twist; uw naam was hunne krygsleuze.

C Ah«

Sluiten