Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

35

kerlyk ongerust moeiten maaken; maar echter moet gy bekennen, dat ik daaraan geene fchuld had. Ces ae.

Ik heb aan u gefchreven , toen gy te Alexan. driën u zei ven verwaarloosde, en myne brieven ongelezen in uw' zak ftaakt , en mynen afgezondenen met fmaadredenen ongehoord terug zond. Antonius.

Mynheer, hy overviel my toen ik een gastmaal gegeven had aan drie Koningen, en niet meer dezelfde was, die ik des voormiddags was geweest ; maar den volgenden dag zeide ik hem zulks vanzelf , en dit was eveneens alsof ik hem om vergiffenis gevraagd had. Laat die man derhalven in ons gefchil voor niets geacht worden, en , zo wy twisten willen , laaten wy dan hem buiten de zaak laaten.

C JE SAR.

Gy hebt één artikel van uw' eed gebroken, en dit is iets, dat gy my nooit zult kunnen te last leggen.

Lepidus. Zacht, zacht, Ca:far.

Anton ius. Neen, Lepidus, laat hem rechtuit fpreeken; de eer is ongefchonden, waarover hy thans fpreekt, zelfs onderfteld zynde, dat ik die gekwetst had. Maar , gaa voort , Ca-far , meld my dat artikel van myn' eed. ■■ - ■

CjES AR.

Dat gy my wapenen en byfland zoud geeven, wanneer ik 'er om verzocht. En beiden hebt gy my ontzegd.

Antonius. Zeg liever, verzuimd; en wel ten tyde, dat ver» gifugde oogenblikken my de kennis van myzelven ontroofden. Zoveel myne eer zulks lyden kan zal ik u myn berouw doen blyken j maar myne eeriykC a heid

Sluiten