Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

35

trekken; want hy heeft my nog onlangs groote en buitengewoone beleefdheden bewezen. Ik moet hem daarvoor gaan bedanken ; want anderzins zou myne erkentenis daardoor lyden; maar dat gedaan zynde zal ik hem ten flryd uitdaagen. Lepidus.

De tyd roept ons; wy moeten thans Pompejus opzoeken , of hy zal ons opzoeken.

Antonius. Waar is hy gelegerd?

Ce sar. By het Mifeenfche gebergte.

Antonius. Hoe is het met zyne landmagt?

C JE S A r.

Dezelve is groot, en neemt nog dagelyks toe, en ter zee is hy volftrekt meefter.

Antonius.

Zo gaat het gerucht. Ik wenfchte wel, dat wy te zaamen gefproken hadden! Laaten wy allen mooglyken fpoed maaken; doch laaten wy echter, éér wy onze wapenen aangorden, de zaak voltrek, ken , waarvan wy gefproken hebben.

C/es ar.

Met de grootfle blydfchap; en ik verzoek u myne zuster te gaan zien, werwaarts ik u aan. ftonds zal geleiden.

Antonius. Laaten wy uw gezelfchap niet derven, Lepidus. Lepib us.

o Edeie Antonius, geene ziekte zelve zou in ftaat zyn om my tegen te houden. (Zy vertrekken mier bet blaazen der Trompetten.)

Ca DER-

Sluiten