Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TR-EURSPEL.

45

te bellieren in zyne tegenwoordigheid; maar zoras hy weg is, dan is dezelve edel.

Antonius. Gaa van hier. Zeg aan Ventidius, dat ik hem fpreeken wil. (De Wicbelaat vertrekt.) Ik zal hem naar de Parthen zenden, — Het zy dan kunsc of toeval , de Wichelaar heeft de waarheid gefproken. Tot zelfs de dobbelfteenen zyn Caefar ■ gehoorzam, en in allen onzen fpélen moeten myne beter óverlegde listen voor zyn geluk onderdoen, wanneer wy looten wint hy altoos; zyne haanan blyven altoos meefter in den kamp fchoon hunne magt minder is; en zyne kwartels overwinnen de mynen , fchoon ongelyk in magt. II zal Weder naar Egypten gaan; want, fchoon ik dit fcuwelyk heb aangevangen ter bevordering van myne rust, myn eemg vermaak is echter in het Oosten. (Ventidius komt op.) Kom aan, Venti. dius, gy moet naar Parthiën , uw bevelbrief legt gereed; gaa met my om dien af te haaien. (Zy Vertrekken.)

Lepidus, Mecenas, en Agmppa, (Op bet Tooneel komende.)

Lepidus.

Maakt u niet meer verlegen. Ik bid u, volgt met allen fpoed uwe Veldheeren na.

Agrippa.

Mynheer,zohaast zal Antonius niet de affcheidskus aan Oftavia gegeven, of wy zullen volgen.

M e c je nas.

Wy zullen volgens het denkbeeld, dat ik van de reis heb, éér aan het (Mifeensch) gebergte zyn dan gy, Lepidus.

Sluiten