Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49 MARCUS ANTONIUS nr CLEOPATRA;

wy zyn gewoon ook van de dooden te zeggen, dat zy wel zyn; indien gy dit hierdoor veriïaat , dan zal ik het goud, dat ik u gegeven heb doen fmel. ten , en het in uwen kwaade tyding brengenden mond doen gieten.

Bode.

Genadigfte Mevrouw, hoor my toch! Cleopatra.

Wel nu, gaa voort . ik zal u hooten , fchoon uw gelaat my niet veel goeds voorfpelt. Indien Antonius vry en gezond is, waartoe dient dan dat droefgeeftig gelaat by het verkondigen van eene zo aangenaame tyding ? En zo by niet wel was , dan zoud gy komen als eene Furie met Hangen bekroond , maar niet als een gewoonlyk menfca. Bode.

Behaagt het u my aan te hooren ?

Cleopatra.

Ik had voorgenomen u te Haan , zelfs éét gy begond te fpreeken. Maar evenwel, wanneer gy my zegt, dat Antonius leeft,dan ben ik te vreden; of, (zo gy my zegt) dat hy goed vriend ismetCsfar eh niet zyn gevangen, dan zal ik u plaatfen in een' regen van ftofgoud, enkoftbaarepaarlen op u doen hagelen.

Bode.

Mevrouw, Antonius vaart wel.'

Cleopatra. "

Goed gezegd.

Bode. En ;is goedvriend met Casfar.

Cliopatja; Gy zyt een braaf man.

Bode.

Csèfar en hy zyn grooter vrienden dan ooit t& vooren.

Cleopatra. . yertroawj dat ik uw fottuln zal ma aken.

Ba;

Sluiten