Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

Bode.

Genadige Mevrouw, ik» die u de tyding kom brengen , ik heb dit huwiyk niet gemaakt. Cleopatra.

Zeg, dat het niet waar is, en ik zalu eenelandvoogdy fchenken, en uw lot benydenswaerdig maaken; de flagen,die gy ontfangen hebt,zullen vergiffenis voor u verwerven, omdat gy my tot woe ■ de vervoerd hebt, en ik zal u alles fchenken, dat uwe befcheidenheid ooit van my kan vorderen. Bode.

Hy is gehuwd, Mevrouw.

Cleopatra. (Een' dolk trekkende.) Schelm, gy hebt reeds te larag geleefd 1 Bode.

Waarlyk dan gaa ik loopen; wat wilt gy doen, Mevrouw, ik ,heb immers geene fchuld ? (Hy loopt been.)

Charmian. Myne waarde Mevrouw, bedwing u zelve, de man is onfchuldig.

Cleopatra. Alle onfchuldigen ontkomen juist den donderfteen niet. —— Dat Egypten in den Nyl verfmelte; dat al het tamme vee in Hangen en adderen verkeere.' Roept den iliaf wederom; fchoon ik dol ben zal ik hem echter niet byten. Roept hem. Charmian. Hy is bevreesd om te komen.

Cleopatra. Ik zal hem geen leed doen. Deeze handen heb. ben zich zelve onteerd, door een'geringer', dan ik zelve ben, te Haan, dewyl ik myzelve daartoe oorzaak heb gegeven. Kom weder hier, vriend! (De Bode komt wederom.) Schoon het niet oneerlyk is, is het echter niet goed kwaade tyding te bren. gen. Geef aan eene blyde boodfchap vry een

leger

Sluiten