Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.'

en wees (voor eeuwig) ongelukkig daarmede. (De Bode vertrekt.)

Charmian. Geduld, myne waarde Mevrouw.'

Cleopatra. _ Door Antonius te pryzen heb ik Julius Oefar gelaakt.

Charmian.

Ja, zeer dikwyls, Mevrouw.

Cleopatra.

Thans word ik daarvoor beloond; breng my van hier, ik word flaauw. Ach! Charmian, Iras. — Het heeft niets te beduiden. —- Gaa, Alexas, zoek den knaap weder op, beveel hem, dat hy u de gedaante van Octavia befchryve, haare jaaren, haare geaartheid; laat hy de kleur van haare haairen vooral niet achterlaaten. Breng my fchielyk befcheid. —— Laat hy voor eeuwig gaan, — neen, laat hy wederkeeren, — Charmian , — fchoon by van den eenen kant (voor my) de gedaante heeft van eene Medufa, fchynt hy van den anderen kant echter een Mars; — ik beveel u, Alexas, datgy my komt verflag doen, hoe lang zy is. Beklaag my, Charmian, (in uw hart,) maar zeg Lmy niets. Geleid my naar myne kamer.

ZES-

Sluiten