Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 57

P ompe jus.

Nu herken ik u. Hoe vaart gy , oude Krygs. man ?

Ahenobarbus. Wel; en ik denk, dat ik nog lang wel zal blyven ; want, naar ik hoor , hebben wy nog vier gaftmaalen te wachten.

Pompejus. Geef my uwe hand; Ik heb u nimmer gehaat; ik heb u zien ftryden , en uwe dapperheid dik» wyls benyd.

Ahenobarbus. Mynheer, ik ben u nooit zeer genegen geweest; maar ik heb u dikwyls geprezen in voorvallen , daar gy tienmaal meer lof yerdiende dan ik u gee« ven kon.

Pompejus. Maak gebruik van uwe openhartigheid, dezelve misftaat u niet. Ik verzoek u allen te gaft aan boord van myn fchip; gaa voor, Mynheer, Alle n.

Wys ons den weg, Mynheer.

Pompejus. Welaan! (Zy vertrekken allen, bebalven Abena. barbus en Menas.)

Menas. (Jlil.) Uw Vader zou nooit in dit befluit geftemd hebben, Pompejus. — (Overluid) Wy hebben elkanderen meer gezien, Mynheer.

Ahenobarbus. Op zee, denk ik.

Menas. Zo is het, Mynheer.

Ahenobarbus. Gy hebt u wel gedragen te water.

Menas.

Sn gy te land.

D 5 Anx-

Sluiten