Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

&3

wanneer de hoofdftoffen haar verlaaten , dan ver« huist zy in een ander lichaam.

Lepidus. Welke kleur heeft zy?

Antonius. Zy heeft haare eigene kleur.

Lepidus. Dat is al een vreemd gedrocht.

Antonius. Dat is het; en deszelfs traanen zyn nat*

C JE SAK,

Zou hy met deeze befchryving te vreden zyn?

Antonius. Met de gezondheden, die Pompejus hem toebrengt; want hyis een rechte Epicurus.

Pompejus. (Jlil tegen Menas.) Gaa weg, zeg ik u , loop naar de galg -' Durft gy my zulks zeggen ? gaa heen .' Doe hetgeen ik u bevolen heb. Waar is de beker , dien ik eifchte ?

Menrs.

Zogy my uit hoofde van myne getrouwe dienften hooren wilt, verlaat dan, voor één oogenbiik, uwe plaats.

Pompejus. (opjlaande en met bem ter zyde gaande.) Ik geloof, dat gy zot zyt. Wat wilt gy ? Menas.

Ik heb altoos uw geluk ten dienst geftaan-

PompejusGy hebt my altoos getrouwelyk gediend. Wat hebt gy meer te zeggen- — (Tegen de Gasten.) Weest vrolyk, Heeren!

Antonius. Wacht u voor de zandbanken, Lepidus, éér gy verongelukt.

Menas. (ter zyde tegen Pompejus,) Wilt gy Heer zyn van de geheele wafreld ?

Pom-

Sluiten