Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

tf

GEZANG.

Kom, o God van 't druivennat.' Pink-oog Bacchus, altyd zat! Dat uw vocht de zorg verdoov' Kroon ons haair met wyngaardloof f Schenk, tot dat de waereld draait l Schenk, tot dat de waereld draait!

C re s a k.

Wat kunt gy meer begeeren ? Goeden nacht, Pompejus. Waarde Broeder , laaten wy gaan , bid ik u; deeze ligtvaardigheid beleedigt onze meer gewigtige bezigheden. Waarde vrienden , laaten wy gaan; gy ziet dat onze wangen branden. De dappere Ahenobarbus is zwakker dan de wyn; en myne eigene tong fplyt hetgeen zy fpreekt; deeze woefte vermomming heeft ons allen genoegzaam !n potfenmaakers herfchapen. Wat zyn 'er meer woorden van nooden ? Goeden nacht. Waarde Antonius, geef my uwe hand.

Pompejus.

Ik zal u haar den wal geleiden.

Antonius.

Doe dat, Mynheer, geef my uwe hand. Pompejus.

O Antonius , gy woont in het huis van myn' Vader! .... Maar, wat! wy zyn vrienden; kom af in de boot.

Ahenobarbus. Draagt zorg, dat gy niet valt, Menas,; Menas.

Ik gaa niet mede naar den wal. — Neen , naar myne kajuit. —— Hier ,- Trommelen , Trompetten , hier.' Laat Neptunus hooren , dat E z wy

Sluiten