Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRV

Ahenobarbus. Zo gy Ca3rar wiit geprezen hebben, zeg, „Cas. », far," en niet meer..

Agrippa.

Inderdaad, hy weet zich door loffpraaken in da gunst van beiden in te wikkelen.

Ahenobarbus.

Echter bemint by Crefar meest, fchoon hy Anto. mus ook bemint; o; harten,tongen,ftiften,fchry. vers, zangers, dichters, kunnen zyne liefde vóór Antonius door gedachten , door woorden , door beeldtenisfen, door fchriften , door gezangen, of door maatklanken nimmer naar behooren uitdrukKen. Maar als 'er van Casfar gefproken word ,

hem1* kDiel£ ne<Jer' kDieit "eder' en aanbid

TT Agrippa.

Hy bemint hen beiden.

Ahenobarbus.

Zyzyn zyne fchiiden, én hy is hunne tor. Zo. dat wil zeggen, te paard. Vaarwel, edele Agrip. pat (Men boort den klank der trompetten.)

A grip ja.

Veel geluk, braave krygsman,en vaarwel. Csesn , Antonius , Lepidus , en O©.

TA VIA,

(Op bet Tooneel komende.)

. T. Antonius. Niet verder, Mynheer.

CffiSAR.

Oy ontneemt my een groot deel van myzelven; «aag zorg, dat gy 'er een goed gebruik van maakt, gaster betoon u zulk eene echtgenoote te zyn als 87 m myne gedachten reeds zyt, en zo als ik ,

de.

Sluiten