Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA. Cleopatra,

Waar?

Bode.

Te Romen, Mevrouw. Ik zag haar in het aan. gezicht toen zy tusfchen haar' Broeder en Marcus Antonius geleid wier 4.

Cleopatra.

Is zy zo ryzig als ik ?

Bode.

Neen, Mevrouw.

Cle opatra. Hebt gy haar booren fpreeken ? Heeft zy een» fchelle, of eene doffe item?

Bode.

Ik heb haar hooren fpreeken, Mevrouw. Zy heeft eene doffe item.

Cleopatra. Dat is niet goed (voor haar.; Zy zal hem niet lang kunnen behaagen.

Charmian. Hem behaagen! o, By Ifis.' dat is onmooglyk.

Cle op a tra. Dat denk ik ook, Charmian, Dof van ftem, en kort van geftalte. Welk eene majelïeit is in haa»-* gang. Herinner u wel, zo gy ooit eenige maiefteït gezien hebt.

Bode.

Zy fchynt voort te kruipen; haare beweeging en haar ftilftand zyn byna eveneens. Zy gelykt veeleer een onbezielde vleefchklomp dan een bezield li. chaam ; meer een lïandbeeld dan een ademend menfch.

Cleopatra.

Is dit zeker?

Bode.

Of ik kan geene opmerkingen maaken,

Chai.

Sluiten