Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA:

(dergelyke) bezigheden zyt. Gaa heen, en maak ti gereed, myne brieven zyn reeds vaardig.

(De Bede vertrekt.) Charmian. Hy is een recht bruikbaar man.

Cleopatra. Dat is hy inderdaad. Het berouwt my zeer,dat Ik hem zo mishandeld heb. Wel,naar my dunkt, is, volgens zyne befchryving, dat fchepfeltje niet veel byzonders.

Charmian. O, Zy is niets. Mevrouw.

Cleopatra: De man moet voorzeker ergens eene majeftueuJ ze houding gezien hebben, dewyl hy daarover weet te oordeelen.

Charmian* Ifis behoede ons! Waar elders dan hier zou hy eene majeftueuze houding gezien hebben, daar hy 'reeds zo lang in uwen dienst is?

Cleopatra. Ik moet hem nog één ding vraagen , waarde Charmian; maar het is geene zaak van belang,gy zulr hem bymy in myn fchryfvertrek brengen. Het zal alles nog goed genoeg gaan.

Charmian. Daarvoor wil ik u wel borg zyn, Mevrouw.

VIERDE TOONEEL.

Het Tooneel is in Athenen.

Antonius, Octavia, Gevolg.

Voorzeker neen, Oftavia; dat is het alleen niet; dat, en nog duizendmaal erger dingen van dien aart aouden verfchoonlykzyn; maar hy heeft op nieuw

een'

Sluiten