Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 7*

een' oorlog tegen Pompejus aangevangen; hy heeft Wuiteiften wil gemaakt, en dien aan het Volk voorgelezen; hy heeft met minachting gefproken van my! wanneer hy volftrekt niet kon nalaatai m den verdienden lof te geeven dan heeft hy zulks flaW en koeltjes gedaan; hy heeft my dien :zeer fchaars toegemeten; en wanneer hein daartoe da beste gelegenheid voorkwam , dan heeft hy die bi*» voorbygaan, of die met tegenzin aangenomen'

O C T A V I Aa

Ach myn waarde Heer.' Geloof niet alles; of, zogy bet al moet gelooven, vertoorn u met over aUes! Nooit is >er eene meer ongelukkige vrouw op de waereld geweest dan ik, zo deeze fcheuring ftand grypt. Genoodzaakt om voor beide partyen e bidden, zouden de Goden den fpot met my dryven, wanneer ik bad: „ Zegent mynen Heer en Gemaal.'" en wanneer ik dat zelfde gebed,een oo?enbhk daarna, te niet deed, door even fterk ?e bidden: „ Zegent mynen Broeder.'" Ach, dat 1; Gemaal of, Ach, dat myn Broeder zegen. nraale^T b dden en het gebed weder tegenfpree, ken; tusfchèn deeze twee uitgiften is (voor my)

geen middelweg.

6 Antonius.

Bemtnnelyke Oftavia, vestig uwe liefde o? dat voofwSr. het welk gy oordeelt het «eest naar derzelver behoudenis te trachten; wanneer ik myne ee verl es , dan verlies ik my zeiven; beter zou S weezen nooit de uwe geweest onteerd de uwe te zyn. Maar, even zo geiyK S Se begeerd hebt, zal het u vryftaan de midflefaVfter tusfchen ons te zyn; intusichen^Mevrouw, zal ik mv gereed maaken tot een' oorlog, nieuwen BroedeTfchandezal aandoen; fpoed u thans zoveel gy kunt, gy hebt nu uwen wensch veiKregen.

OCTA'

Sluiten