Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 85

CiBSAR.

Ik houd hem in het oog, en alle zyne daaden worden my zo fpoedig als de wind bekend gemaakt. Waar is hy thans?

Octavia.

In Athenen, Mynheer.

Cs sar.

Neen , myne hoogstbeleedigde Zuster. Cleopatra heeft hem naar Egypten gewenkt. Hy heeft alle zyne bezittingen gegeven aan eene hoer, die thans allen de Koningen van het Oosten tot den oorlog aanvoert. Hy heeft reeds op de been gebragt: Bocchus den Koning van Lybiën, ArcbeIaüs den Koning van Cappadociën, Philadelphus den Koning van Paphlagoniën, Adullas den Koning van Thraciën, Malachus den Koning van Arabiën, den Koning van Pontus, Herodes den Koning der Jooden , Mithradates den Koning van Comagene, en Polemon, en Amyntas Koningen van Mediën, en Lycaöniën, mee nog meer'gekroonde hoofden. Octavia.

Ach ! wat ben ik ongelukkig, dat myn hart ver* deeld is tusfchen twee geliefde vrienden, die elkan-, deren fmart aandoen!

CiESAR.

Welkom hier. Uwe brieven hebben ons wederhouden vanhier op te breeken, tot dat wy vernomen hebben, hoe groot een onrecht u wierd aangedaan, en hoe gevaarlyk de nalaatigheid voor ons was. Wees weigemoed. Bekommer u niet over de tydsomftandigheden , die deeze noodzaaklyke geftrengheden fterker vorderen dan u aangenaam is; maar laat aan zaaken, die eenmaal door het noodlot gepaald zyn een' onbeweenden loop. Wees welkom in Romen ! Niets is my waarder dan gy. Men heeft u belasterd meer dan iemand denken kan; en de groote Goden ftellen, om u recht te doen ons en al. len, die u beminnen, aan tot hunne dienaars. WeeF 3 ders

Sluiten