Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 8?

Ahenobarbus. (Jlil.)

Ik zou haar kunnen antwoorden ; dat , zo wy met hengften en meniën beiden te veld trokken, de hengften volkomen nutteloos zouden zyn , ^e« wyl de meniën alsdan beiden den ruiter en zyn' hengst zouden draagen.

Cleopatra.

Wat zegt gy daar (binnensmonds) ?

Ahenobarbus.

Uwe tegenwoordigheid moet noodwendig Anto. nius in verwarring brengen ; en zyn hart , zyn hoofd,en zyn' tyd berooven van datgeen,hetwelk hy dan minst ontbeeren kan. Hy is alreeds in opfpraak wegens zyne ligtvaardigheid, en men zegt (opentlyk) in Romen , dat de Gefneden Photinus en uwe Staatjuffers deezen oorlog be» ftuuren.

Cle op a tb a. Dat Romen verzinke , en te tong verrotte, dia kwaad van ons fpreekt ! De last van den oorlog gaat my aan; en als de opperfte van myn Koning» ryk, zal ik daar (in den ftryd) als een man verfchynen. Spreek my niet tegen; ik wil niet ach« terblyyen.

Antonius, en Canidius. (Op bet Tooneel komende.)

Ahenobarbus. Neen, ik heb gedaan; daar komt de Veldheer.

Antonius. Is het niet zeldzaam, Canidius, dat hy zo fpoe» dig (uit de havens) van Tarentum en Brundufiutn de Ionifche Zee heeft kunnen overfteeken, en Toryne inneemen ! — Gy hebt voorzeker reeds iets daarvan gehoord, myne Waardfte-

F 4 Cleo-

Sluiten