Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«8 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

Cleopatra. Snelle fpoed word nooit meer bewonderd dan door verwaarloozers.

Antonius. Een goed verwyt om onze achteloosheid te be. ftraffen, dat zelfs den besten man nietkwaalyk zou gevoegd hebben. Canidius, wy zullen ter zee met hem ftryden.

Cleopatra. Gewis, ter zee; waar anders?

Canidius. Waarom verkiest myn Veldheer dit te doen f

Antonius. Omdat hy ons daartoe uittart.

Ahenob A rbus. Even zo, Mynheer , hebt gy hem tot een tweegevecht uitgedaagd.

Canidius, Ja, en dan nog om (tegen ons) den veldilag te waagen by Pharfaliën , daar (Julius) Casfar tegen Pompejus (den Grooten) geftreden heeft. Maar deeze beide aanbiedingen heeft hy van de hand gewezen, omdat zy niet voordeelig voor hem wa • ren, en zo behoorde gy nu ook te doen. Ahenobarbus. Uwe fchepen zyn Hecht bemand, en uwe zeelie. den zyn muildryvers, maaijers, en volk, dat inder. yl zaamengeraapt is. Op de vloot van Casfar bevinden zich veelen, die dikwyls tegen Pompejus geftreden hebben; hunne fchepen zyn vlug, de uwen zyn traag. Geen ongeval kan u overkomen, wan. neer gy weigert hem ter zee te beftryden, daar gy te land zo wel uitgerust zyt.

Antonius. Ter zee, ter zee.'

Ahenobarbus. Myn waardfte Heer, gy verwerpt dus volfirekt de onverselykelyke krygskunde, welke gy te land

be-

Sluiten