Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 8j>

bezitjgy verzwakt uw leger, dat meest uit krygstekensdraagende foldaaten beftaat; uwe eigen zo beroemde ontwerpen blyven onuitgevoerd ; gy gaat den weg,die u zekerheid belooft,al willens voorby, en geeft u uit den fchoot der veiligheid over aan een wisfelvallig lot.

Antonius. Ik zal ter zee ftryden.

Cleopata. Ik heb zestig fchepen, Casfar heeftgeene beteren.'

Antonius. Onze overtollige fchepen zullen wy verbranden," en met de overige welbemanden zullen wy by den uithoek van Aftium den naderenden Casfar afflaan: En, zo ons zulks mislukt , dan kunnen wy dat nog te land doen. (Een Bode komt op bet tooneel.) Wat is uwe boodfchap ?

Bode.

De tyding is waar, Mynheer;hy is ontdekt; Cas. far heeft Toryne ingenomen.

Antonius.

Kan hy in perfoon daar zyn ? Het is onmooglyk. Het zou een wonder weezen, dat hy zulk een groot vermoogen had. Canidius, gy zult over onze ne« gentien legioenen, en over onze twaalfduizend ruiters het bevel voeren. Wy zullen naar boord gaan. (Een foldaat komt op bet Tooneel.) Wat wilt gy, braave krygsman?

Soldaat.

o Myn edele Veldheer, ftryd toch niet ter zee, betrouw u toch niet op flechte planken; kunt gy dit zwaard, en deeze wonden mistrouwen ? Laat de Egyptenaars en Phoeniciërs op zee zwabberen; wy ïyn gewoon overwinningen te behaalen op het vafte land, en voet aan voec te vechten.

Antonius.

Het is wel, het is wel! Kom, gaan wy.

(Antojiius, Cleopatra, en Ahenobarbus vertrekken.)

F 5 Sol-

Sluiten