Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

Soldaat. By Hercules! üt denk, dat ik recht heb.

Cantdius. Ja, Krygsman, dat hebt gy; maar zyne daadea worden thans niet naar recht beftuurd. Onze Geleider word geleid, en wy zyn onderdaanen van eene vrouw.

Soldaat. Gy hebt te land het bevel over de legioenen en de ruitery, is het niet zo?

Canidius. Marcus Octavius, Marcus Juftejus, Publicola , en Caslius hebben het bevel ter zee Maar wy al. len blyven aan land. Die fpoed van Casfar gaat alle begrip te boven.

Soldaat. Toen hy nog te Romen was, trokken zyne benden in zóveel verfcheidene partyën uit , dat hy allen de verfpieders bedroog.

C a n i d i us. Zeg my eens; wie is zyn Onderveldheer ?

Soldaat. Een zekere Taurus, zo met zegt.

Canidius. Ik ken den man zeer wel. (Een bediende komt op bet Tooneel.)

Bediende. De Veldheer ontbied (uj, Canidius.

Canidius. De tyd gaat in arbeid van nicuwstydingen, en brengt elk oogenbiik eene ter waereld. (Zy ver» trekken allen»)

C-ESAB.,

Sluiten