Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$4 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

geeven; zes Koningen zyn my hierin reeds voorge. gaan.

Ahenobarbus. En ik zai het kwynend lot van Antonius blyven volgen, fchoon zulks ftrydig is met myne rede. (Zy

vertrekken.')

Antonius, Eros, en verder Gevold.

(Op bet Tooneel komende.)

Antonius. Hoort.' het land beveelt my niet meer daarop te treeden; het fchaamt zich my te draagen. Myne vrienden treed nader, ik ben zó verachterd in de waereld, dat ik voor altoos het fpoor verloren heb. Ik heb een fchip, dat enkel met goud beladen is, neemt dat, en verdeelt het onder eikanderen, vlucht vanhier, en verzoentu met Casfar.

Allen. Hoe, vluchten.' neen, wy nieti

Anton i us. Ik ben zelf gevlucht, en heb lafhartigen geleerd te paan Ioopen, en (de vyanden) den rug te laaten zien. Myne vrienden, gaat heen. Ik hebbeflo. ten eene levenswyze aan te vangen, waarin ik u niet zal noodig hebben. Gaat heenen; myn fchat legt in de haven. Neemt die. Ach t ik heb ge. volgd dat, hetgeen ik niet dan met bloozen kan aanfchouwen; zelfs myne haairen ftaan op; de gryzen befchuldigen de bruinen, van overyling.en die wederom de eerften van vrees en verzuftheid. Ach! Vrienden, gaat heenen; ik zal u brieven medegeeven aan eenigen myner andere Vrienden , die zullen u by hen een' vrijen toegang bezorgen. Ik bid u, toont geen droefgeestig gelaat, of geeft my niet ten antwoord, dat gy my met tegenzin verlaat j bedient u van de waarfchouwing, die myne

wan-.

Sluiten