Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TRÊURSPEL. §7

en dat uw wenk my zelfs van de bevélen dei Goden zou kunnen aftrekken.

Cleopatra.

Helaas! (Ik bid om) vergiffenis.'

Antonius.

Nu moet ik aan dien Jongman onderdaanige voorflagen laaten doen, kruipen eh krinkelen door de kronkelpaden der laaghartigheid; ik, die met de helft der geheele waereld naar myn weibeha. gen fpeelde, het fortuin der menfehen verheffen' de , of verfloorende. Gy weet hoe groot uwe overwinning op myn hart was; en dat myn zwaard, door de liefde week gemaakt, in alle dingen aan dezelve onderdaanig was.

Cleopatra.

Ach! Vergiffenis! Vergiffenis l Antonius.

Laat niet ééne traan vallen, zeg ik; ééne enkele maakt alles gelyk, dat gewonnen en verloren is; geef my ééne kus, die zelfs betaalt my al. les. — Wy hebben onzen Voedfterheer (naar Ca;far) gezonden; is hy reeds terug gekeerd? Myne waardfte! myn gemoed is zo zwaar als lood. Ik zal binnen een weinig wyn en vleesch gebruiken. De Fortuin weet, dat ik haar het meest veracht, wanneer zy my de hardfte Hagen toe« brengt.

AGTSTE TOONEEL.

Het Tooneel is in dg Legerplaats van Cafar.

CjESAr, Agrippa , Dolabella, Thy» reus, en anderen.

Cm sar.

Laat den man hier komen, dien Antonius ge» zonden heeft. Kent gy hem ?

G D

Sluiten