Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S>8 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

Dol abella. Ja, Csfar, het is zyn Vaedfterheer; eene blyk, dat hy wei geplukt moet zyn , is, dat hy zuik een'ge. ringen veder uit zyne flagwiek zend; hy die te vooren Koningen in overvloed tot zyne gezanten had, nog maar weinig maanden geleden, (De gezant van Antonius komt op bet Tooneel.) Cm, sar. Treed nader, en fpreek.

Afgezant. Zo als ik ben, kom ik van Antonius. Ik was nog kort geleden, van zo weinig gewigt voor zyne belangens, als de morgendauw, die opeenmyrthe. blad legt, by de groote zee.

Ca: sar. Dit zy zo. Verklaar uwen last.

Afgezant. o, Meefter van zyn lot, hy doet u begroeten, en verzoekt inEt;ypten te moogen blyven j doch zo zulks niet toegeftaan kan worden, dan vermindert hy zyn verzoek', en bid u, dat hy tusfchen hemel en aarde als een gemeen burger te Athenen mooge leeven. Dit is wat hem betrefc Vervolgens; Cleopatra erkent uwe grootheid ; onderwerpt zich aan uwe magt, en fmeekt van u de kroon der Ptolemeën voor haare erfgenaamen, die van uwe genade afhangt.

C^sar.

Wat Antonius betreft, ik heb geene ooren voor zyn verzoek. De Koningin zal nooit gehoor, of eenig verzoek geweigerd worden, indien zy haaren geheel in ongenade vervallenen vriend uit Egypten verdryft, of hem daar van het leven berooft. Zo> zy dit doet, dan zal haare bede niet onverhoord blyven. Zeg dit aan beiden.

A F g e z a n Tt

Hat geluk verzelle u.'

Cssaï;

Sluiten