Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ie* MARCUS. ANTONIUS en CLEOPATRA.

kigen Meefter onderdaanig en getrouw kan blyven dengeenen, die zynen Heer overwonnen heeft* en verkrygt een- naam in de gedenkfchriften!

(Tbyreus treed binnen.) Cleopatra. Wat is de wil van Ctefar.

Thyreus. Hoor my afzonderlyk.

Cleopatra. Hier zyn enkel vriendjn. Spreek rechtuit.

Thyreus. Dan zyn zy , waarfchynlyk , ook vrienden vaa Amonius.

Ahenobarbus. Hy heeft 'er zoveel noodig, Mynheer, als Ca?, far; of hy heeft ons niet noodig. Indien het Casfar behaagt, dan zal onze Veldheer zich fpoeden, om vriendfchap met hem te maaken; en wat ons betreft, gy weet, dat wy de party kiezen, die hy kiest, en dat is die van Casfar.

Thyreus. Dan is het wel. . Nu dan moet gy weeten', be. «oemde (Koningin) dat Casfer van u verzoekt: dat gy u niet bekommert over de omftandigheden waar. in gy u bevind, in zo verre hy Casfar is.

Cleopatra. Gaa voort.. — Dit is recht edelmoedig.

Thyreus. Hy weet, dat gy u niet aan Antonius uit liefde maar uit vrees, hebt overgegeven.

Helaas.' C"«*™*-^«r*)

Thyreus. En dus befchouwt hy de vlekken uwer eer als gedwongen , en nier als verdiend.

Cleopatra. Hy is een' God (gelyk), en weet, wat rechtvaar*

Sluiten