Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 10S

hand van deeze, (hoe is ook haar naam, zedert dat zy Cleopatra niet meer is?) Geesfeit hem myne dienaars , totdat gy hem als een kind het aangezicht ziet te zaamen trekken , en overluid fchreijen om erbarming. Sleept hem van hier.

T h y e e ü s.

o, Marcus Antonius.' ■■■ — Antonius.

Sleept hem weg;als hy wel gegeesfeld zal zyn, brengt hem dan weder hier, die hofnar van Casfar zal eene boodfchap van my aan hem overbrengen. (De Bedienden vertrekken met Tbyreus.) (Tegen Cleopatra--) Gy waart reeds half verwelkt, toen ik u leerde kennen; ha.fpytlheb ik myne hoofd, peuluw te Romen ongedrukt gelaten! heb ik verwaarloosd een wettig nakroost te teelen , by een juweel onder de vrouwen, en dat om onteerd te worden van een' , die achter de tafel ftaan moet.

Cl e op atr a.

Myn genadige Heer!

Antonius. Gy zyt altoos eene weifelende (vrouw) geweest. Maar wanneer wy in onze ondeugden verhard worden, o! dan is het allerelendigst! dan blinden de alwyze Goden onze oogen met onze eigene onreinigheid; dan laaten zy ons gezond oordeel verval, len, maaken, dat wy onze eigen gebreken aabidden, en belachen ons, wanneer wy verwaandelyk onze eigene fchande te gemoet gaan.

Cleopatra. Ach.' is het reeds zo verre gekomen ?

Antonius. Ik vond u als een koud geworden brokje op het bord van Jalius Casfar; reeds voorheen waart rv een overfchotvan denGrootenPompejus,behalven hetgeen gy, in meer verhitte tyden , wellustielvk hebt uitgekipt. Want ik ben verzekerd, dat, fchoon gy G 5 mis-

Sluiten