Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. i©7

te doen in deezen tyd, nu myne gelukfterren, die eertyds myne geleiders waren, hunne loopkringen ledig gelaten hebben, en hun vuur in den afgrond der hel hebben uitgefchoten. Indien myne redenen, en hetgeen hier gedaan is hem mishaagen, dan heeft hy Hipparchus, myn' vrygemaakten Haaf (in zyne magt) , dien kan hy , naar zyn genoegen , geesfelen, of hangen , of pynigen , om my dit betaald te zetten. Vertoorn hem vry door deeze boodfchap. Van hier met uwe ftriemen- — Pak u weg. (Tbyreus vertrekt.)

Cleopatra, ' Hebt gy nu gedaan ?

Antonius. Helaas! onze aardfche maan is thans verduifterd en dit voorfpelt niets anders dan den val van Antonius.

Cleopatra. (Stil.') Ik moet hem tyd geeven.

Antonius. Moest gy, om aan Casfar te behaagen,vriendelyke oogwenken geeven aan een', die hem de fchoenriemen vastmaakt?

Cleopatra. Kent gy my dan nu niet meer?

Antonius. En koelzinnig zyn tegen my?

Cleopatra. Ach.' myn waardfte l indien ik dat ben, laat dan de hemel van dat koud hart hagelfteenen fcheppen, en vergiftigen derzelver bronwel, en dat dan de. eerfte fteen daarvan op myn' hals nedervalle; opdat wanneer die faielt myn leven ook moogè fmelten! Laat vervolgens de tweede ftsen myn' Caafarion treffen! En zo voorts by trappen, tot dat eindelyk alle de vruchten myns buiks te gelyk met allen myne wakkere Egyptenaaren door het fmelten van dsezen kogelachtigen regen (gedood) on.

be-

Sluiten