Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ho MARCUS ANTONIUS bn CLEOPATRA.'

VIERDE BEDRYF. EERSTE TOONEEL.

Het Tooneel is in ie Legerplaats van Ca/ar.

Cssar, Agrippa, en Mecshas, aan bet boofd van bun Leger.

Cs8 ar. (Een' brief in de band houdende.)

Hy noemt my jongen; en fcheld even alsof hy magt had om my uit Egypten te flaan. Myn* afgezant heeft hy met roeden gegeesfeld; my daagt hy tot een tweegevecht. Casfar (zou vechten) met Antonius. Laat de joude Overfpeeler bedenken, dat hy nog op veele andere wyzen kan fterven j intusfchen lach ik met zyne uitdaaging.

Mecenas.

Gy moet denken, Casfar, dat wanneer een zo groot (man) begint dol te worden, dat hy dan tot vallens toe afgejaagd is. Gun hem geen' tyd om adem te haaien, maar bedien u thans van zyne uitfpoorigheid; dolle gramfchap draagt nooit be» hoorlyke zorg voor zichzelve.

Cs s a r.

Zeg aan onze braave legerhoofden, dat wy voor' neemens zyn morgen den laatften flag van zoveele veldflagen te leveren. Onder onze gelederen bevinden zich nog verfcheiden, die Marcus Antonius in vroeger' tyd gediend hebben, hun getal alleen is groot genoeg om hem in te fluiten- Draag zorg, dat dit (myn bevél) gefchiede. Vergast het gantfcbe leger; wy hebben voorraad genoeg daartoe, en zy hebben deeze kosten wel verdiend. Arme Antonius!

TWEE;

Sluiten