Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA,

Cleopatra. (Ter zyde.) Wat wil dat zeggen?

Ahenobarbus. (Ter zyde.) Dit is een van die wonderlyke invallen, welkende droefheid uit het hart fchiet.

Antonius. En gy zyt ook eerlyk. Ik wenfchte wel, dat ik in zo veele mannen kon verdeeld worden, en dat gy allen tot éénen Antonius kond in een gefmolten worden ; opdat ik u wederom dezelfde dien? ften mogt kunnen bewyzen , die gylieden my b& wezen hebt.

Allen. Dit verhoeden de Goden!

Antonius. Nu, myne waarde makkers, bedient my nóg eens deezen avond, weest niet fpaarzaam op myn* beker , en behandelt my eveneens alsof myne heerfcbappy nog uw metgezel was,en onder myne bevélen Hond.

Cleopatra. Wat is zyn oogmerk ?

Ahenobarbus. Zyne dienaars te doen fchreijen.

Antonius. Bedient my deezen avond; misfchien eindigt daar het tydperk van uwen dienst; het zou kunnen gebeu. ren, dat gy my nooit weder aanfchouwde, of zo al, dan enkel als eene van een gefcheurde fchim. Wel. ligt zult gy morgen een' anderen meefter dienen. Ik befchouw u thans als iemand, die zyn affcheid van u neemt. Myne braave vrienden, ik dank u niet af; maar blyft my als een' meefter, die aan uwen dienst gehuwd is, getrouw tot de dood; bedient my deezen avond nog twee uuren, en de Goden zullen u daarvoor beloonen!

Ahenobarbus. Wat hebt gy.toch voor, Mynheer, met hen das

te

Sluiten