Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i2o MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

zen, en zynen Heer Antonius te verlaaten; voor deeze moeite heeft Casfar hem doen ophangen; Canidius, en de overigen, die afgevallen zyn, krygen het noodig onderhoud, maar zyn in geen aanzien pf vertrouwen. Ik heb kwaaiyk gehan» deld , en ik moet myzelven deswegens metzóvee} leedweezen befchuldigen, dat ik nooit weder vrolyk zal zyn. (Een der krygsknecbten van Ccejar komt op bet Tooneel )

Krygsknecht. Ahenobarbus, Antonius heeft u allen uwe fchatten achterna gezonden, en zyn' heilwensch daar. enboven. De brenger kwam aan myne wacht> plaats, en is thans bezig met zyue muilezels voor uwe tent te ontlaaden.

Ahenobarbus. Ik fchenk htt u.

Krygsknecht. Spot niet, Ahenobarbus, ik zeg u de waarheid Het best is, dat gy den brenger behouden uit on« leger voert; ik moest myn post waarneemen , an» öe.-s zou ik zelf d>t gedaan hebben. Uw Veldheer is nog fteeds een Jupiter. (De krygsknecht vertrekt.) Ahenobarbus. (alleen) Ik alleen ben de grootfle fchelm van de gantfche aarde; ja, ik gevoel , dat ik zulks ben in den hoogften graad, o Antonius! gy onuitputbaare bron van goedhartigheid, hoe mildelyk zoud gy myne goede dienften beloond hebben , daar gy myne oneer met goud bekroont! Dit doet myn hart zwellen; indien deeze fchielyke aandoening hetzelve niet doet barsten, dan zal een fchielyker middel dezelve te boven ftreeven; maar deeze enkele gedachte zal het doen, dit gevoel ik. — Zou ik tegen u ftryden! —— Neen, ik zal eene graft opzoeken, daar ik in fterven kan; de onzuiverfte past het best voor het laatst gedeelte van myn . ieven.

Z E.

Sluiten