Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. m

myn hart, en ryd in triumf op deszelfs kloppin» gen.

Cleopatra. Heer der Heeren! o Nooit volprezene dapper» heid / Komt gy uit den grooten ftrik van de waereld , glimlachende , zonder gevangen te worden wederom»1

Antonius. Myne Nachtegaal, wy hebben hen naar hunne bedden gejaagd. Wat, Meisje-lief.' Schoon het grys zich een weinig vermengt met ons jeugdig bruin, wy hebben nog harfens, die onze krachten onderfteunen , en die der jeugd niet behoeven te wyken. Aanfchouw deezen marf; reik uwe gunftige hand aan zyne lippen toe. Kus die. myn braave Krygsman. Hy heeft vandaag gevochten alsof een God, vertoornd op het menscndom, in menfchelyke gedaante (alles) verwoest, en ver* delgd had»

Cleopatra. Myn Vriend, ik zal u eene wapenrusting fchenken van louter goud; die aan een' Koning heeft toebehoord.

Antonius. Hy heeft die verdiend, al was dezelve ook ge; karbonkeld als de wagen van den heiligen Phoebus- —- Geef my uwe hand, (Koningin;) laaten wy een' vrolyken optogt door (de ftraaten van) Alexandriën doen. (Tegen bet Gevolg.) Draagt onze fchilden voor ons uit, die gekneusd en gehakt zyn als de mannen, die dezelven gedragen hebben. Indien ons groot paleis de ruimte had om myn geheel leger te huisvesten, dan zouden wy allen deezen avond te zaamen fpyzen , en uit volla bekers drinken op het lot van den volgenden dag, die ons een Koninglyk gevaar voorfpelt. Gy, Trompetters vult de ooren van de gantfche Stad met het geluid uit uw metaal, vermengd u met

onze

Sluiten