Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

125

heid, pers de vergiftige dampen des nachts over my uit! Dit ieven, dat my tegen den zin is, moet my niet ianger byblyven' Verpletter myn hart te» gen de onvermurwbaare fteenrots van myne mis. daad, dat, door droefheid uitgedroogd , alsdan tot ftof vergruizen zal, en allen myne fnoode denk» beelden vernietigen! o Antonius, die nog veel edeler zyt dan myn afval eerloos is, vergeef my, voor u in perfoon, myne misdaad; maar laat dewaereld my ftellen op de lyst der afvallige heer) verlaaters! Ac"h! Antonius! Antonius! (Hyfterft. Eerste Schildwacht.

Laaten wy hem aan fpreeken.

Hoofdman.

(Neen,) laaten wy hem (verder) hooren; want hy zou dingen kunnen zeggen , die Ca;[ar betreffen.

Tweede Schildwacht. Ja, laaten wy dat doen; maar, hy flaapt.

Hoofdman. (Zeg) liever, dat hy in zwym legt; want zulk een treurig gebed word nooit vóór den flaap ge. daan*

Eerste Schildwacht. Laaten wy naar hem toe gaan.

Tweede Schildwacht. Ontwaak, Mynheer, ontwaak, en fpreek met ons.

Eerste Schildwacht. Hoor ons, Mynheer.

Hoofdman. De hand der dood heeft hem getroffen. (Men boort van verre de Trommelen) Hoort, hoe plegtiglyk de trommelen de flaapenden opwekken; laaten wy hem naar de hoofdwacht draagen; hy is een man van aanzien. Ons uur is volkomen verftreken.

Twee-

Sluiten