Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

121 marcusantönius en cleopatra:

verre is het nu gekomen.' —— De harten, dié myne voetftappen navolgden, die ik allen hunne wenfchen inwilligde, verfmelten, en ftorten hunnen balfem op dea thans bloeijendenCasfar; en deeze j>ynboom, die hen allen overfchaduwde, ftaat zon. der bast- Ik ben verraden, o welk eene valfche Egyptifche zielf deeze grootfche Toverefle, wier oogen myne wapenen uitlokten en naar haar toe wenkten , wier boezem myne eerkroon , myn hoofdoogmerk was, betoont zig thans eene rechte bedriegfter te zyn , en bedriegt my van al'e kanten tot zelfs in myn uiterfte Jverlies o Eros.' Eros/ (Cleopatra komt op bet Tooneel.) ha! Betoverfter! vertrekt! ——

Cleopatea. Hoe! is myn Heer dan verbitterd tegen zynernih* naares ?

A n t o n i u's. Verdwyn, of ik zal u uw' verdienden loon gee< ven, en Casfar's triumf verminderen. Laat hy u gevangen, neemen, en u aan het juichend volk als een fchouwfpel vertoonen, volg zyn' zegenwagen, als de grootfte fchandvlek van uw geflacht! word als een vreemd monfterdier ter befchouwing ten toon gefield aan de nietwaerdigfte fchepfelen; aan zotten; ja, laat de beleedigde Octavia uw aangezicht metfcberpenagelen opkrabben! (Cleopatra^ertreki.) het is goed, dat gy heengaat; indien het goed voor u is, dat gy in het leven blyft. Maar het was beter,dat gy in myne woede waart vervallen; want ééne dood zou u voor veele hebben kunnen behoeden. Kom, Eros, ik heb het hemd van Nesfus aan myn lyf; o Alcides, myn Voorvader , leer my uwe woede! Laat my.Lychas aan de hoornen der maan ophangen; en, met deeze handen, die den zwaarften knods konden regeeren ,myn waerdigfte gedeelte te niet doen. De Toveres zal fterven; zy heeft my aan den Romeinfchen jongen

ver-

Sluiten