Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. i3i

M, a e d i a n.

Neen, Antonius; myne Meestres beminde u èn heeft in alles deel genomen in uw lot. Antonius.

Van bier, verachtelyke Gefneden, zwygl Zy heeft my bedrogen, en zy zal de dood fterven. Mardian.

(De fchuld van) de dood kan door één' mensch maar éénmaal betaald worden, en zy heeft die reeds afgedaan. Hetgeen gy dacht te doen is door haare hand gedaan , haar laatfte woord was: „ An„ tonius!" Hier op brak een verfcbeurende uitroep den naam van Antonius nog eens doormidden; dezelve wierd gedeeld tusfchen het hart en de lippen; zy gaf den geest; en dus bleef uw naam in haar begraven.

Antonius. (Zy is) dan dood?

Mardian.

(Zy is) dood.

Antonius. Omhels my, Eros.' De taak "van myn' langen dag is afgedaan, en wy moeten ons ter rust begeeven. ' (Tegen Mardian.) Datgy veiliglyk van hier moogt gaan, is loon genoeg voor u. Vertrek. (Mardian vertrekt.) Af! Ruk af! Het zevenvoudig fchiid van Ajax kan den flag van myn hart niet af. weeren- Ach! fcheurt, myne zy den.' o Myn hart ƒ wees éénmaal fterker dan (het lichaam) dat u oml vat; verbreek uwe brooze wooning.' Schielyk, Eros, fchielyk! ——- Geen ktygsman meer! —— Weg, gebulte wapenen; ik heb u met roem gedragen! (Hy omarmt zichzelven.) — Verlaat my voor eene wyl, Eros. (Eros vertrekt.) Ik zal u innaaien, Cleopatra, en myne vergiffenis fchreijende van u affmeeken. Dit,moet zo zyn, want nu is alle uitftel hartkwelling.' Nu de toorts uit is, leg u nu neder, en zwerf niet langer. Thans verI 2 nietigt

Sluiten