Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREUR SPEL.

133

met getemden en gebogenen nek rond geleid wierd; terwyl de rollende zetel van den gelukkigen Ces. lar, voor hem uit getrokken , de fchande, die hem zoude volgen (voor eeuwig) brandmerkte. Eros.

Neen, dat zou ik niet willen zien, Ahtohiüs,

Welaan dan1 Want ik moet [thans door eene wond genezen worden. Trek uw eerlyk zwaard, dat gy met veel nut voor uw Land en Meefter gedragen hebt.

Eros.

Ach! Antonius, ver fchoon my!

Antonius. Toen ik u de vryheid fchonk, hebt gy my toen niet gezworen, dat gy dit doen zoud, wanneer ik het u gebood ? Doe het thans, of allen uwe voo« rige dienften zyn niets anders dan oogmerklooze toevallen. Trek, en kom hier.

Eros.

Wend dan dat edel gelaat van my af, waaraan de geheele waereld eerbied plagt te bewyzen. Antonius.

Welaan. -— (Hy wend zyn aangezicht van Eros af.)

Eros.

Ik heb myn zwaard ontbloot.

Antonius. Laat het dan fchielyk de daad volbrengen, waarom gy het uitgetogen hebt.

Eros.

Myn waarde Meefter, myn Veldheer, mynOp> perhoofd / vergun my, dat ik u vóór dien doodeJyken flag, vaarwel zeg.

Antonius.

Het zy zo; vaarwel!

I3 Eros.

Sluiten