Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ts6 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

had een vreesachtig voorgevoel van hetgeen thans gebeurd is; want toen zy bemerkte, dat (echter nooit (waar) zal bevonden worden. dat gy haar verdacht hield van met Casfar overeengekomen te zyn; en dat uwe woede niette verdiyven was deed zy u weeten, dat zy overleden was. Doch' naderhand vreezende voor de uitwerking, die dit zou kunnen doen , heeft zy mv. gezonden orrj u de waarheid aan te kondigen, doch, zo ik vrees, te laat.

Antonius. (Ja voorzeker) te laat, myn waarde Diomedes. Ik bid u roep myne Lyfwachten.

DlOMEDIS.

Hola / de Lyfwachten van den Veldheer' De Lyfwachten ƒ hola! Komt hier, uw Heer roept u. (De Lyfwachten kamen.)

Anton i u s. Myne vrienden, draagt my (naar de plaats) daar Cleopatra my ontboden heeft ; dit is de laatfte dienft.dien ik u beveelen zal.

Een Lyfwacht. Ach! wee onzer, Mynheer! dat gy, allen uwe getrouwe aanhangers niet overleeven moogt.' Allen. o Allerdroevigfte dag!

A n ton i us. Neen, myne goede vrienden, bewyst myn hard noodlot de gunst niet van droevig te zyn. Verwelkomt (veeier) datgeen, hetwelk gekomen is om ons te ftraffen, en dat wy (integendeel) fchy. nen te ftraffen, door het gewilliglyk te draagen. Neemt my op. Ik beb u dikwyls geleid, mynê vrienden} geleid gy my thans; en hebt dank voor alles. (Zy draagen Antonius weg.)

B ER.

Sluiten