Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA;

Os 5 ar.

o Antonius.' hier toe heb ik u gebragt! «—«• Maar! dus maaken wy wonden in onze eigen lichaamen. Ik was genoodzaakt u zodanigen avondwond te vertoonen, of myn' eigenen van u te verwachten; wy konden in het geheel waereldrond niet te zaamen buisveften. Maar, het zy my thans geoorlofd te bejammeren met traanen, zo dierbaar als (myn) bartebloed, myn Broeder; myn Mededinger in alle groote ontwerpen ; myn Ryksgenoot ; myn Vriend en Metgezel inden oorlog, de Rechterarm van myn eigen lichaam, en het Hart, waaraan het myne zyne denkbeelden ontftak! dat onze geboortederren zo onverzoenlyk onze harten heb. ben moeten verwyderen. Hoort my, myne vrienden; ——— maar neen.... ik zal het u by eene bekwaamer gelegenheid mededeelen. —• (Een Egyptenaar komt op iet TooneeU) Men kan de bood» i'chap van dien man reeds uit zyne oogen leezen; laaten wy eens hooren wat hy te zeggen heeft.—» Vanwaar zyt gy?

Egyptenaar.

Ik ben flechts een arme Egyptenaar. De Koningin , myne Meestres, thans opgefloten in het eenige, dat haar nog overgebleven is, (te weeten) haare graftombe, verzoekt onderricht te worden van uw voorneemen, op dat zy zich in tyds mooge voorbereiden tot den weg, dien zy genoodzaakt zal zyn in te Haan.

C/esar.

Beveel haar goeds moeds te zyn. Zy zal binnen kort, door iemand van de onzen, uit ons verdaan welk een eerryk en minzaam befluit wy nopens haar genomen hebben. Casfar kan niet leeven om onbeusch te zyn.

Egyptenaar. Dat de Goden u behoeden- (Hy vertrekt,)

CXSAK.

Sluiten