Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X4j5 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

ven te verfchaffen. Het is armhartig Caefar te zvn- het geluk zelf niet kunnende weezen, is hy "echts de flaaf van het geluk; een opvolger van deszelfs wil; en het is groot die daad te toen; welke alle andere daaden eindigt; welke de toevallen met ketenen boeit, en alle wisselvalligheid opfluit; welke flaapt, en niet meer de verachtelykeaardfche dingen proeft, die zowel de voedfters zyn van een' bedelaar als van Casfar. —

Proculejus. (Op bet Tooneel komende.

Csfar zend zyne groete aan de Koningin van Egypten,en verzoekt.dat gy eens gelieft te over. weegen, welke eifchen gy meent, dat hy u billykerwyze zou behooren toe te ftaan., Cleopatra.

Hoe is uw naam?

Proculejus.

Myn naam is Proculejus.

Cleopatra.

Antonius heeft my van u gefproken; en gezegd , dat ik op u vertrouwen kon, maar het kan my niet veel verfcheelen of ik bedrogen word , dewyl vertrouwen my geen nut kan doen. Indien uw Heer begeert.dat eene Koningin zyne bedelaaresfe worde, dan moet gy hem zeggen, dat derzelver Maiefteit, zo zy de welvoeglykheid wil in acht neemen geen minder almoes kan vraagen dan een Ko. ningrvk; indien hy my het verwonnen Egypten voor myn'zoon wil fchenken, dan geeft hy my zoveel van het myne terug, dat ik hem daar voor op myne knisn zal bedanken.

Proculejus. Heb goeden moed; gy zyt in recht vorftelyke handen gevallen. Vrees niets; zeg aan myn Meester vrijelyk alles, dat gy hem hebt voor te Hellen; hy is zo overvloedig in gunst.dat dezelve van hem afdaalt op allen, die dezelve behoeven. Laat ik hem

Sluiten