Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. t$x

Dol'abeila. Hoor my, waarde Mevrouw. Uw verlies is; even gelyk gy, groot; en gy draagt hetzelve over. eenkomftig met deszelfs gewigt; ik moet nooit eenig gewenscht oogmerk bereiken, indien ik we. eens het mislukken van het uwe geene imart gevoel , die het binnenst van myn hart treft. Cleopatra. Ik zeg u dank, Mynheer. Weet gy.wat Cjefar voorgenomen heeft met my te doen ?

Dolabella. Ik ben bevreesd u te zeggen hetgeen ik wel wenschte dat gy wist.

Cleopatra. Ik bid u, zeg het my, Mynheer.

Dolabella. Hoe grootmoedig hy ook weezen mooge. . . .

Cleopatra. Zal hy my echter in zegenpraal omvoeren ?

Dolabella. Dat zal hy doen, Mevrouw. Ik weet het.

De W achten. Maakt plaats. —— (Daar komt) Casfar.

VIERDE TOONEEL. De Voorigen, Cjesar, Gallus, Mï-

C«nas, P.ROCULEJUS, GïVOLG. CjESAR.

Wie is de Koningin van Egypten ?

Dolabella. (Tegen Cleopatra.) Het is de Veldheer, Meviouw. (Cleopatra valt Cafar te voet.)

CiESAR.

Rys op; gy moet niet knielen. Rys op, bid ik u. Rys op, (Koningin van) Egypten, K 4

Sluiten