Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i58 MARCLtS ANTONIÜS Elf CLEOPATRA;

Cleopatèa. (Tegen den Schildwacht.) Vertrek, en Iaat hem hier. (De Schildwacht vertrekt.) (Tegen den Boer ) Hebt gy de fchoone Nylflang, die dood, zonder pyn aan te doen. , Boer

Voorzeker, ik heb die; maar ik zou niet gaarne de man willen zyn, die u zou raaden haar aan te raaken, want haare beet is oniterflyk; zy, die daardoor fterven , worden zelden of nooit her*, fteld.

Cleopatra. Kunt gy u herinneren, dat 'er iemand aan ge. ftorven is?

Boer.

Zeer veelen, zowel mannen als vrouwen. Ik heb, niet langer geleden dan gisteren, nog van eene gehoord, dat eene braave vrouw was, maar een weinig geneigd tot liegen, dat eene vrouw niet betaamt, dan in alle eer en deugd; boe zy van deeze beet ftierf; welke pyn zy gevoelde. Inder. daad, zy geeft eene zeer goede befchryving van de flang j maar hy, die alles wil gelooven, dat zy zeggen, zal nooit gered worden door de helft van hetgeen zy doen. Maar, dit is zeer bedrieglykj want de flang is eene wonderlyke flang.

Cleopatra.

Gaa vanhier, en vaarwel.

Boer.

Ik wensch u veel vermaak met de flang1; Cleopatra.

Vaarwel.

Boer.

Let wel; gy moet in gedachten houden, dat df# flang niet uit het geflacht zal liaan.

Cleopatra. Ta, ia. Vaarwel.

Boer.

Zie, de flang is niet betrouwd dan by voorzien.

tige

Sluiten