Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172 AANMERKINGEN op M. ANTONIUS

„ gekend als een Meisje, en nog onbedreven in „ de daaden der menfchen " Theobald tracht deeze leezing te verdeedigen door zich te beroepen op de ruimte van leeftyd waarin de Grieken gewoon waren het word Kópt! te gebruiken; doch Dr. Warburton beweert, en met recht, dat een meisje in dien leeftyd , hoe ruim men dien ook neeme, gantrch niet koelbloedig kan genoemd worden, en herftelt dus de woorden van Shakespeare tot hunne oorfpronglyke klaarheid enkel door de zinfnyding een weinig te veranderen , en aldus te leezen:

IVhen I was green injudgment Coldinblood!

To fay as I J'aid tben. ——„Toen ik nog groen in oordeel was. o Gy koelbloedige , zo gy nog heden fpreeken kunt gelyk ik toen fprak,"

Vertaaler.

Pag. 29 Reg. 16. 17. '8 19Theobald is van gevoelen, dat Shakespeare dit gezegde van Menecrates zou overgenomen hebben uit Tuvenalis:

— Quid enim ratione timemus,

Aut cupimusf ' "

— Pro jucundis aptijftma quaque dabunt Dl. Carior efi illis homo quant Jibi. —— —— jat js mm—, —— ,, Wat vreezen of begeeien

Wy ooit met rede»" ■ —— ——

en een weinig laater:

„ De Goden zullen voor het aang naamst t

nuttigst fchenken; Zy minnen 't menschdom meer dan het zichzelf bemint. "

Vertaaler.

Sluiten