Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i» CLEOPATRA. TREURSPEL. i73

Pag. 31. Reg. 6, 5. (van onderin.) „ By Jupiterl indien ik den baard droeg van Antonius. by zou vandaag niet afgejcboren worden, Ahenobarbus wil zeggen: „ ik zou hem onger „ fchoren, (dat is ( zonder eenigen eerbied) ommoe. „ ten. "

Dr. Johnson.

Pag. 34. Reg. 2, 3„ myn broeder beeft my *n deeze daad nimmer ,, betrokken. "

Dat isj „ Myn broeder heeft myn' naam nooit ,, bygebragt als een voorwendfel tot den oorlog. "

Vertaaler.

Pag. 41. Reg. 15.

„ Het fcbiiiery van die Venus, "

Theobald wil hierdoor verftaan hebben, dat de Dichter hier het oog heeft op de beroemde Venuï van Apelles; en Dr. Warburton meent, dat hier gefproken word van de Venus van Proto. genes , waarvan Plinius melding maakt in het 10 Hoofdft. van het 35 Boek. Maar, myns bedunkens, fchynt uit den zaamenhang te blyken, dat Ahenobarbus hier fpreekt van een fchildery van Venus , dat daar in de hofzaal voor hunne oogen was; dewyl hy zegt: „ het fchildery van „ deeze Venus, waarin wy zien," enz

Vertaaler.

Ibid. Reg. l. (van onderen.) „ De afkeer van bet ledige "

Zinfpeelende op eene grondftelling in de Peripa. tetifche Philofophie, die ten tyde van den Dichter algemeen aangenomen wierd; Natura abborret vacuüm. „ De natuur heeft een' afkeer van het „ ledige. "

Da. Warburton.

Pag.

Sluiten