Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ito AANMERKINGEN or M. ANTONIUS

Pag 102. Reg. is. 16, 17-

„ Hy iee/t 'er zoveel noodig , Mynheer, alt Ca* „ far. of by beeft ons niet noodig. Indien bet Ccefar „ behaagt, dan zal onze Veldheer zich fpoeden,"

De zinlhyiing is in deeze woorden verkeerd geplaatst; dezelve moet zyn: „ Hy heeft 'er zoveel „ noodig als Cs: ar, Mynheer; of hy heeft,ons „ niet noodig indien het Caesar behaagt. Onze |, Veldheer zal zich fpoeden," enz, Ahenobarbus wil hiermede te kennen geeven," dat Antonius „ evenveel vrienden moet hebben als C^r^ar , in„ dien hy hem het hoofd zal bieden,doch indien „ het Gesar behaagt zyn vriend te zyn , dat An„ tonius alsdan hunne vriendfchap of byftand „ niet noodig had, dewyl hy zich dan fpoeden zou om die van Cm ar te beantwoorden. "

Dr. Warburton.

Ibid Reg- 23- , . ,

„ dat Ccefar van u verzoekt, dat gy u met be„ kommert over de omftandigheden-, waarin gy u „ bevind , in zo verre hy Ccefar is.

Thyreus wil hiermede zeggen ; „ dat Gesar van , u verzoekt, dat, wanneer gy uw'droevigen toe. '„ ftand overdenkt, gy ook ten zelfden tyd wilt „ overdenken, dat hy Cjesar," (dat is,grootmoedie en vergeevende) ., is."

Dr. Warburton.

Pag. 106. Reg 10. 11, 12

„ Acbl dat ik op den berg Bajan ware omaaar „ de'gehoornde kudden te overbrulleri ,"

Het is te bejammeren, dat men deezen armhar. tigen kwinkflag zo menigmaalen by onzen grooten Dichter ontmoet; doch dezelve was al te zeer by hem in gunst om ooit voorbygegaan te worden, het mooge te pas komen of niet, het zy in jok of ernst, in hevige woede of in lachende vrolyk-

heid. _ _

Dr. Johnson. Pag.

Sluiten