Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S82 AANMERKINGEN op M. ANTONIUS

Pag, 115. Reg- 2. (van onderen) ,, Uw bamas "

Dr- Johnson leest voor thine, uw, mine, myne, dus zou het betekenen: „trek my myn harnas „ aan. "

[Capell.

Pag. 119. Reg. ó, 7- , „

„ Spoed «, waarde Eros. In de oudfte uitgaaven ftaat:

Spoed u, Ahenobarbus. misfchien moet het zyn ,

Spoed u naar Ahenobarbus.

Dh. Johnson.

Ibid. Reg. 12, 13.

„ lk wil, dat Antonius levendig gevat wor. '„ den; "

Het is aanmerkenswaerdjg met welk" een oordeel Shakespeare het karakter van Octavius Cjesar behandeld heeft. Antonius was in dit Tooneelftuk zyn held; en derhalven moest Cb?ar niet uitblinken; en echter, dewyl bet een hiftorisch karakter is, moest het noodzaakelyk gelyken. Schoon nu de oude Hiftoriefchryvers , Cjssar's vleijers hem zó fraai affchüderen, dat hy voor een' held in de in de wieg gelegd fchynt te zyn, heeft Shakecpeare zich met een verwonderlyk beleid nit deeze zwaarigheden gered. Hy heeft allen de verheven trekken van zyn karakter plaats gegeven, daar die te pas kwamen: maar hem tevens ganfsch niet beminnelyk afgefchiiderd; hy fchetst hem, als bedrieglyk, kleinmoedig, van een gering verftand, trotsch, en wraakzuchtig.

Dr. Warburton.

Ibid. Reg 20.

„ de driedeelige waereld " De Dichter doet Ce>ar hier fpreeken volgens de Aardrykskunde van dien 'tyd, dewyl Europa, Afia , en Afiica de diie deelen van de toen beken»

de

Sluiten