Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

igö AANMERKINGEN op M. ANTONIUS

want daardoor zou eene algemeene duifternis over dei) aardbodem komen-

Dr- Warburton.

rag. 138. Reg 8;

,, zal gedrukt hebben. ■ M

Theobald voegt hier nog by: „ iTow dan «ƒen beveftigt deeze zyne by voeging uit Plutarchus ; en inderdaad deeze aanvulling ichynt hier

zeer gePast' Vertaaler.

Paff. 140. Reg. ï6- («an onderen ) „ Stil. /ïii, ta!"

De meefte Uitleggers hebben breedvoerige aanmerkingen over dee*e plaats gemaakt , die , fchoon Teestig uitgedacht, te lang zyn om kier bygebrag fe wórden" Te meer, dewyl de Dichter door de woorden van Charmian: Stil, ».1 , Irasl waarfchvnlvk niets meer heeft wülen te kennen Tevfn dan, dat Charmian, de Koninginuithaare bezwyming ziende bekomen, Iras, wil doen zwy. gen, om te hooren wat Cleopatra zou zeg-

3en' Vertaaler.

Tae. 146. Reg 4 5 6-7 8, 9

en bet is groot die daad te doen: welke alle , andere daaden eindigt , welke de toevallen met ke" tenen boeit, en alle wisftivalligheid opflujt. welke (laait, en niet meer de veracht-. >yke aardfche dmZ gen Proeft, die zowel de voedjlers zyn vaneen " bedelaar als van Cafar. —

De duifterheid van deeze plaats is ligtely'; op te helderen, doordien dezelve enkel ontlaat uit de verwarring van den zelfmoord met het gevolg van denzelven, en dus herfteld kan worden door de volgende tusfchenvoeging: ,. en het is groot die die daad te doen; welke alle andere daaden ein'' dist; welke de toevalligheden met ketenen boeit. '' en allewisfelvalligheidopfluitj (welke een /laat

99 2, iCri

Sluiten