Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en CLEOPATRA. TREURSPEL, 187

ten eevolge beeft ) die flwpt en niet meer de ' de wera.-hteiyke aardfcbe dingen proeft die zo " wel de voedfters zyn van een' bedelaar als

.. van Ce ar. " _ t

" Dr Johnson.

Pag. 147 Reg. i7- 18. „

, Gy ziet boe ligt zy kan bedrogen worden. Het fchynt my toe, dat dit gezegcie van Proculejus hier verkeerd is , en geplaatst moet worden achter zyne voorige reden, aldus: _

Gy zult in hem een' overwinnaar vinden, die 'de weldaadigheid te huipe roept, wanneer men voor hem knielt enkel om genade te enangen. " (Ter zyde tegen Gallus.-) Gy ziet hoe iigt zy " kan bedrogen worden. " . .

Want, terwyl Cleopatra dit gezegde pleghglyk beantwoord , overvalt Gallus , op een gegeven teken, de grafftede van den anderen kant; en dit gedaan zynde verandert Proculejus, na een kort wederantwoord, tertUii van toon, en zag: tegen de wadi» en: - ,

. Bïwaart haar tot Ca; ar ko-nf.

Dr. John.on.

Ibid. Reg 4. (van onderen.)

„ Hoe ook van de dood? Om dat gezegde wei te verftaan moet men in acht neemen, dat Cleopatra, door droefheid, wanhoop, woede, en verbiasdheid verbyfterd, geen acht geeft op hst zeggen van Proculejus ; maar, dat'aileen zyn iaatlte woo-d „ verraden' haare ooren treffende, zy daarop uitroept: Hoe ook van de dood < '

Vertaaler.

Pag. 148 Reg. 13. 14. „ en al zou ook zotteklap daartoe noodig zyn, „ ik zal ook niet Jlaapen. "

Aan deeze woorden hebben de verfcheiden Uif. leggers verfcheidenebetekenisfen gehecht,Dr.War-

bür-

Sluiten