Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200 RlCHARD de II. KONING van ENGEL.

K. RlCHARD.

# Norfolk, werp neder, wy gebieden het; daaris geene uitvlucht*

.Mowbray. Geduchte Vorst, ik werp myzelven aan uwe voeten. Gy kunt beveelen over myn leven, maar niet over myne eer. Het eerfte behoort tot myn' plicht, maar myn' goeden naam, die de dood verachtende op myn' grafzerk blyft leeven, dien zult gy niet hebben tot een fpeeltuig der zwarte oneer. Ik ben hier onteerd, befchuldlgd, befchimpt, en door de vergiftigde fpeer der lasteringen tot in de fziel gegriefd; en deeze wonden kunnen niet genezen worden door eenigen anderen balfem dan door het hartebloid van dengeenen, die dit vergif uitgeademd heeft.

K. RlCHARD.

Dolle woede moet tegengegaan worden. Geef my zyne handfchoen. Leeuwen kunnen luipaarden temmen.

Mowbray.' Ja, maar zy kunnen derzelver vlekken niet veranderen. Onthef my van myne fchande, en ik zal zyn onderpand terug geeven. Myn waarde, myn allerwaardfte Vorst en Heer, de edelfte fchat.dien wy in dit fterflyk leven kunnen genieten, is eene onbevlekte eer; wanneer die verloren is, dan is de mensch niets meer dan verguld leem, of ge fchiiderde klei. Een moedig hart in eene getrouwe borst is een juweel, dat in een door tien floten bewaarde kas opgefloten legt. Myne eer is myn leven, die beiden zyn ineengegroeid; ontneem my myne eer, en het is gedaan met myn leven. Derhalven, myn waarde Vorst, Iaat my myne eer verdeedigen; (want) door dezelve leef ik, en voor dezelve wil ik fterven.

K. Ri.

Sluiten