Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

%ot RlCHARD de II KONING van ENGEL.

rue van zyn paard verbreekt, en den ruiter lyfslengte in het perk nede.ftort, ais een' katyven verraader voor de oogen van myn'Neef Hereford ƒ Vaarwel! gryze Gaunt. uws gewezen' Broeders gemaalin moet haar leven eindigen met haare ge* zellin droefheid,

Gaunt.

Vaarwel, Zuster; ik moet naar" Coventry; even zoveel geluk, als my verzelt, blyve ook by u! deHertooin.

Nog één woord, de droefheid ryst weder

op daar zy nedervalt, niet met eene holle ledigheid, maar met zwaarte; ik neem reeds affcheid éér ik begonnen heb; want de zorg eindigt niet, fchoon zy geëindigd fcheen. Beveel rr,y aan myn Broeder Edmund van York; zie, dit is het al. Neen, gaa nog zo niet weg; fchoon dit het al is, vertrek toch nog niet fo fchielyk; ik zal nog wel meer bedenken. Verzoek hem — maar wat? Verzoek hem, dat hy my, zo fpoedig mooglyk te Plashie kome bezoeken. Maar, helaas! wat zal de braave grysaart York daar zien dan een le lig kafteel, en vervaliene verten, onbevolkte huizen, en onbetreden ftraaifteenen ? En welk eene welkomgroet zal hy anders hooren , uan myne zuchten? Beveel my derhalven enkel aan hen,; laat hy niet daar komen om de droef¬

heid'te zoeken, die toch overal woont. Geheel wanhoopig zal ik van hier vertrekken en fterven. Dit is het laatst vaarwel, dat myn fchreijend oog a toewenkt.

VIER-

Sluiten