Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ul RICHARD de II. KONING tan ENGEL.

ZEVENDE TOONEEL.

Het Tooneel is in bet Paleis van den Koning.

Koning Richard , Bagot , en Gevolg , (van den eenen kant,) en Aumerle (van den anderen kant op bet Tooneel komende.)

K. Richard. (tegen Bagot.) Ja, wy hebben die inderdaad befpeurd. — (tegen Aumerle.) Neef Aumerle, tot hoe verre hebt gy den heerlyken Herefcrd gebragt ?

Aumerle. Ik heb den heerlyken Hereford, indien gy hem dus gelieft te noemen, gebragt tot aan den naaften heerenweg, en daar heb ik hem verlaten, K. Richard. Zeg my, welke hoeveelheid van affcheidstraanen zyn 'er geftort?

Aumerle.

Op myn woord, door my niet eene; uitgezonderd alleen, dat de noordenwind, die ons toen zeer fcherp in het aangezicht waaide, de loome verkoudheid opwekte; en dus by toeval ons ledig affcheid met eene traan vereerde.

K. Richard.

Wat zeide uw Neef, toen gy van hem fcheidde?

Aumerle. Vaarwel. En , dewyl het myn hart ergerde, dat myne tong dit woord zo zou ontheiligen, leerde my de list den zwaaren druk van droef het'd zó wel na te bootfen, dat myne woorden fcheenen begraven te b'vven in het graf van myn'kommer. Maar had het woord Vaarwel de uuren kunnen verlen. pen, en jaaren toevoegen tot zyne korte ballingfchap , dsn zou hy eene groote menigte vaarwels

van.

Sluiten